Marché du travail

Studentenjob in 2026: 650 uren, het loon, de belastingen en wat je ouders moeten weten

rédaction ikzoek · 4 min de lecture · 4 octobre 2026

Meer dan 600.000 jongeren werken elk jaar als jobstudent. De regels zijn de voorbije jaren versoepeld, maar de grenzen blijven belangrijk: wie er overheen gaat, kost zichzelf en zijn ouders geld. Dit zijn de regels voor 2026, van het aantal uren tot de belastingaangifte.

Wie mag werken als jobstudent?

Je bent minstens 16 jaar (of 15 met de eerste twee jaar van het secundair achter de rug), je volgt voltijds onderwijs en je werkt met een studentenovereenkomst, een schriftelijk contract van bepaalde duur met een verplichte vermelding van begin, einde, functie, loon en uurrooster. De eerste drie dagen gelden als proefperiode. Wie al meer dan twaalf maanden ononderbroken bij dezelfde werkgever werkt, is geen jobstudent meer maar een gewone werknemer.

Het urencontingent: 650 uren per jaar

Sinds 2025 mag je 650 uren per kalenderjaar werken tegen verlaagde sociale bijdragen: jij betaalt 2,71% solidariteitsbijdrage in plaats van 13,07% RSZ, je werkgever 5,42% in plaats van ongeveer 25%. Dat maakt je goedkoop voor de werkgever en houdt je netto dicht bij je bruto. Je telt je uren op student@work (app of website), waar je ook een attest met je resterende uren voor de werkgever downloadt. Werk je meer dan 650 uren, dan gelden vanaf het 651ste uur de gewone bijdragen, voor jou en voor de werkgever; het contract blijft wel een studentencontract.

Het loon

Voor jobstudenten gelden de sectorale minimumlonen van het paritair comité waar de werkgever onder valt, met een percentage per leeftijd in sommige sectoren. In de praktijk liggen de uurlonen in 2026 tussen ongeveer 12 euro (horeca, retail, 18 jaar) en 16 euro of meer (logistiek, industrie, ploegenwerk, 21 jaar en ouder). Bruto en netto liggen dicht bij elkaar dankzij de lage bijdrage: 14 euro bruto is ongeveer 13,60 euro netto. Wie in de horeca werkt, kan ook als flexi-jobber werken na het afstuderen, maar niet als student; de twee statuten zijn niet combineerbaar in dezelfde periode.

Belastingen: blijf je ten laste van je ouders?

Dit is de grens waar het misloopt. Je blijft fiscaal ten laste van je ouders zolang je netto bestaansmiddelen onder een plafond blijven: voor inkomstenjaar 2026 ongeveer 7.400 euro netto (het plafond is sinds 2023 gelijk voor alle gezinssituaties en wordt jaarlijks geïndexeerd). Om tot die netto bestaansmiddelen te komen, wordt een eerste schijf van je studentenloon (ongeveer 3.400 euro) niet meegeteld, en van de rest mag je 20% kosten aftrekken. Concreet kun je dus bruto ongeveer 12.000 euro per jaar verdienen vóór je ouders je als persoon ten laste verliezen. Dat verlies kost hen, afhankelijk van hun inkomen, 1.000 tot 3.000 euro extra belasting per jaar. Reken dus mee, zeker in het jaar dat je afstudeert en al voltijds begint te werken.

Je eigen belastingen: als jobstudent betaal je pas belasting als je belastbaar inkomen boven de belastingvrije som uitkomt (ongeveer 10.900 euro voor inkomstenjaar 2026). De meeste studenten blijven daaronder en krijgen de ingehouden bedrijfsvoorheffing volledig terug via de aangifte. Dien die aangifte dus altijd in, ook als je denkt niets te moeten betalen.

Kinderbijslag (groeipakket)

In Vlaanderen behoud je het groeipakket tot 25 jaar zolang je student bent, en speelt het aantal gewerkte uren geen rol meer als je binnen de 650 uren blijft; daarboven geldt een grens van 80 uren per maand. In Brussel en Wallonië gelden vergelijkbare regels met een maandelijkse urengrens boven het contingent. Controleer het bij je uitbetaler als je in de zomer veel werkt.

Rechten die je wel hebt

  • Hetzelfde minimumloon, dezelfde premies (ploegen, zondag, feestdagen) en dezelfde maaltijdcheques als vaste collega's als de sector die voorziet.
  • Een arbeidsongevallenverzekering via de werkgever.
  • Een loonfiche en een individuele rekening.
  • Een onthaal en opleiding voor je begint, zeker bij gevaarlijk werk; sommige taken zijn verboden onder 18.
  • Bij ziekte: gewaarborgd loon zoals een gewone werknemer, na één maand anciënniteit.

Je bouwt als jobstudent geen pensioen- of werkloosheidsrechten op, en de gewerkte dagen tellen niet mee voor je beroepsinschakelingstijd na je studies.

Buitenlandse studenten

Studenten uit de EU werken onder dezelfde voorwaarden. Studenten van buiten de EU met een verblijfsvergunning voor studies mogen tijdens het academiejaar maximaal 20 uur per week werken en voltijds tijdens de schoolvakanties, zonder aparte arbeidskaart sinds 2019 (de toelating staat op de verblijfskaart).

Een studentenjob die later telt

Een job kiezen in de sector waarin je wilt afstuderen (een zorgopleiding en een job in een woonzorgcentrum, een technische opleiding en een job bij een installateur) levert meer op dan het loon: referenties, een netwerk en vaak een aanbod bij het afstuderen. Werkgevers in knelpuntsectoren gebruiken studentenjobs expliciet als instroomkanaal. Op ikzoek.jobs filter je op contracttype "studentenjob"; zet in je profiel ook je studierichting, zodat werkgevers je vinden. En hou je uren bij: de teller op student@work is de enige die telt.

À lire aussi